ECLI:NL:RBDHA:2024:5163
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Frankrijk
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voert aan dat de overdracht aan Frankrijk onevenredige hardheid oplevert vanwege mishandeling, gebrek aan bescherming en medische omstandigheden, en stelt dat het onderzoek onvolledig en de motivering ondeugdelijk is. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag baseren en voldoende heeft gemotiveerd waarom geen gebruik is gemaakt van de discretionaire bevoegdheid om de aanvraag in behandeling te nemen.
De rechtbank vindt onvoldoende bewijs voor bijzondere omstandigheden die overdracht aan Frankrijk zouden verhinderen. De vermelding van Kroatië in het besluit wordt als kennelijke verschrijving gezien zonder belangen van eiser te schaden.
Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.