Verzoekers hebben afzonderlijke asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn afgewezen als kennelijk ongegrond, met oplegging van terugkeerbesluiten en inreisverboden voor twee jaar voor enkele verzoekers.
Tegen deze besluiten zijn samenhangende beroepen ingesteld en verzoeken om voorlopige voorzieningen gedaan. De voorzieningenrechter heeft deze verzoeken op 27 maart 2024 behandeld, waarbij verzoekers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder en een tolk.
De rechtbank heeft op 11 april 2024 uitspraak gedaan op de samenhangende beroepen en deze gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was. De verzoeken om voorlopige voorziening zijn daarom afgewezen.
Daarnaast is verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 875,- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de beroepsmatige rechtsbijstand bij het indienen van de drie samenhangende verzoekschriften.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.