ECLI:NL:RBDHA:2024:5190

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 februari 2024
Publicatiedatum
11 april 2024
Zaaknummer
NL23.38198
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak van Georgische verzoeker

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een asielprocedure van een Georgische verzoeker, die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had aangevraagd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had dit verzoek op 29 november 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak op 16 januari 2024. Verzoeker was aanwezig en werd bijgestaan door zijn gemachtigde, terwijl de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.38197) werd het beroep inhoudelijk behandeld.

Gezien de uitspraak in de hoofdzaak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N.M. Spelt op 29 februari 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.38198
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M. Terpstra),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. E. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de beroepszaak met nummer NL23.38197, op 16 januari 2024 op een zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Verzoeker stelt van Georgische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1996] .
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.38197, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 februari 2024

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.