ECLI:NL:RBDHA:2024:5197
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing vergoeding proceskosten en DNA-onderzoek nareisaanvraag
Eiseres diende op 2 september 2021 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor haar minderjarige kinderen op grond van nareis. De staatssecretaris wees de aanvraag aanvankelijk af vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit van de kinderen en de gezinsband, mede door vals bevonden documenten. Eiseres stelde beroep in wegens niet tijdig beslissen en kreeg de gelegenheid tot herstelverzuim, maar bracht geen aanvullende stukken binnen die termijn in.
Tijdens de bezwaarprocedure overhandigde eiseres nieuwe documenten, waaronder geboorteaktes, waardoor de staatssecretaris het bezwaar gegrond verklaarde en de verblijfsvergunningen verleende. Het verzoek om vergoeding van proceskosten en DNA-onderzoek werd echter afgewezen omdat het primaire besluit niet onrechtmatig was en het DNA-onderzoek niet noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig overleggen van bewijs aan eiseres kan worden toegerekend, mede omdat zij beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen en daardoor geen uitstel mocht vragen. Het verzoek tot vergoeding van DNA-kosten is niet toegewezen omdat het onderzoek niet was aangewezen volgens het beleid. Een verzoek tot schadevergoeding op grond van artikel 8:88 Awb Pro is te laat ingediend en wordt niet behandeld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt en het griffierecht niet wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verzoeken tot vergoeding van proceskosten en DNA-onderzoek worden afgewezen.