ECLI:NL:RBDHA:2024:5201
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren bewaring na intrekking asielbesluit ongegrond verklaard
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 29 januari 2024 opgelegd en op 27 maart 2024 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot 7 februari 2024 rechtmatig was bevonden in een eerdere uitspraak. De beoordeling richtte zich daarom op de periode na deze datum. Eiser voerde aan dat de bewaring vanaf 26 maart 2024 onrechtmatig was omdat het besluit op zijn asielaanvraag was ingetrokken. Subsidiair stelde hij dat het voortduren van de bewaring niet langer redelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van het asielbesluit niet direct leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring, mede omdat de bewaring binnen één dag na intrekking werd opgeheven. Ook een belangenafweging rechtvaardigde niet een eerdere opheffing. Ambtshalve zag de rechtbank geen onrechtmatigheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.