ECLI:NL:RBDHA:2024:5207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende pleegrelatie
Eiser, met de Jemenitische nationaliteit, woont sinds zijn vierde levensjaar bij zijn zwager, de referent, die in Nederland een asielvergunning heeft. Verweerder heeft de machtiging tot voorlopig verblijf voor eiser geweigerd omdat de pleegrelatie niet aannemelijk zou zijn gemaakt en de gezinsband met de biologische ouders niet verbroken was.
De rechtbank stelt vast dat eiser vanaf jonge leeftijd bij referent heeft gewoond en dat er medische en financiële noodzaak was voor deze situatie. Verweerder heeft ten onrechte het belang van de feitelijke situatie en de minimale band met de biologische ouders onvoldoende meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het motiveringsvereiste van de Algemene wet bestuursrecht heeft geschonden door onvoldoende rekening te houden met de feitelijke gezinsband en de noodzaak van voogdij. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het belang van het kind en de feitelijke gezinsrelatie staan centraal in de beoordeling van de pleegrelatie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.