ECLI:NL:RBDHA:2024:5208
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een strafzaak, stellende dat de rechter vooringenomen zou zijn omdat deze weigerde de zaak direct terug te verwijzen naar het Centraal Justitieel Incassobureau (CVOM).
De wrakingskamer oordeelt dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, en dat een rechterlijke (tussen)beslissing zoals het niet direct terugverwijzen van een zaak geen grond kan zijn voor wraking. Wraking is immers geen verkapt rechtsmiddel.
De kamer constateert dat de kantonrechter geen definitieve beslissing nam maar eerst in gesprek wilde over de boete, wat geen aanwijzing geeft voor vooringenomenheid. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt het proces voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij het indienen van het verzoek.
Er is geen reden voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde vrees voor vooringenomenheid.