ECLI:NL:RBDHA:2024:5251
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan strafrechtelijk belang
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 april 2019 en 29 maart 2024 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde, waarbij het OM een bedrag van €0,10 wilde vaststellen en ontnemen.
Tijdens de inhoudelijke behandeling stelde de officier van justitie dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moest worden omdat er nooit de intentie was geweest een ontnemingsvordering aan te brengen, en dat de vordering slechts administratief was ingediend vanwege conservatoir beslag.
De verdediging nam geen inhoudelijk standpunt in. De rechtbank overwoog met terughoudendheid de beleidsvrijheid van het OM te respecteren en oordeelde dat het OM zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat voortzetting van de ontnemingsprocedure geen strafrechtelijk belang diende.
Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de verdere voortzetting van de ontnemingsprocedure, wat niet in strijd is met de beginselen van een goede procesorde.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens het ontbreken van een strafrechtelijk belang.