ECLI:NL:RBDHA:2024:5286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen asielaanvraag
Opposant stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde dit beroep op 11 december 2023 niet-ontvankelijk omdat dezelfde rechtsvraag al in een andere procedure aan de orde zou zijn. Opposant stelde hiertegen verzet in, dat op 13 maart 2024 werd behandeld.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, omdat in deze procedure niet de vraag speelde of de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd, maar een ingebrekestelling na afloop van die termijn. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
De rechtbank vervolgde echter met het oordeel dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, omdat de beslistermijn nog liep tot 12 oktober 2023. De ingebrekestelling van 9 september 2023 was daarmee niet rechtsgeldig en het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
Ten slotte veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van opposant wegens het gegrond verklaren van het verzet. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 9 april 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.