De vader verzocht de rechtbank om hem mede met het ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind te belasten en een omgangsregeling vast te stellen waarbij het kind om het weekend bij hem verblijft. De moeder voert gemotiveerd verweer tegen deze verzoeken. De rechtbank overweegt dat gezamenlijk gezag alleen kan worden toegekend indien ouders in staat zijn tot overleg en gezamenlijke besluitvorming, wat hier niet het geval is vanwege jarenlange communicatieproblemen en de onbereikbaarheid van de vader.
De rechtbank stelt vast dat het belang van het kind prevaleert en dat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is omdat de moeder niet met de vader kan overleggen. Ook het verzoek tot omgang wordt afgewezen omdat het kind al geruime tijd geen fysiek contact heeft met de vader en omgang in de huidige situatie in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de vader in de proceskosten omdat hij niet op de zitting verscheen en onbereikbaar was, waardoor de verzoeken zijn afgewezen. De proceskosten worden vastgesteld op €1.102,00 plus wettelijke rente. De beschikking is uitgesproken op 2 april 2024 door rechter C. Witteman.