Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
impliciet primairten laste gelegde, te weten moord, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
impliciet primairten laste gelegde moet worden vrijgesproken en dat de verdachte hoogstens voor het
impliciet subsidiairten laste gelegde, te weten doodslag, veroordeeld kan worden.
achteraftot dat inzicht is gekomen, maar niet dat hij dat ook op dat moment dacht. Wat er door de verdachte heen ging, is niet duidelijk geworden. De verdachte zegt zich dat immers niet te kunnen herinneren.
impliciet primairten laste gelegde. De rechtbank acht het
impliciet subsidiairten laste gelegde wel wettig en overtuigend bewezen.
op21 mei 2023 te Katwijk [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd door met een vuurwapen één kogel in het hoofd van die [slachtoffer] te schieten.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van straf en maatregel
dertien jarenin beginsel gerechtvaardigd acht.
verminderdkan worden toegerekend. Dit heeft enige matigende werking op de strafoplegging. Tegelijkertijd neemt de rechtbank in haar overwegingen mee dat de verdachte, zoals hij ook ter terechtzitting heeft verklaard, zich ervan bewust was dat de agressieproblematiek en zijn impulsiviteit door alcoholconsumptie worden verergerd. Desondanks heeft hij op de bewuste avond excessief alcohol gebruikt. Verder houdt de rechtbank in matigende zin rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte.
twaalf jarenpassend en geboden is. Die straf zal de rechtbank dan ook opleggen.
7.De vorderingen tot schadevergoeding
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
impliciet primairten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
impliciet subsidiairten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6. bewezen is verklaard, en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
12 (TWAALF) JAREN;
- een bedrag van € 20.000,- aan [benadeelde partij 2] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2023 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
- een bedrag van € 17.500,- aan [benadeelde partij 3] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2023 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
- een bedrag van € 11.113,80 aan [benadeelde partij 1] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 juni 2023 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
- een bedrag van € 20.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2023 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [benadeelde partij 2] ;
- een bedrag van € 17.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2023 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [benadeelde partij 3] ;
- een bedrag van € 11.113,80, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 juni 2023 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [benadeelde partij 1] ;