ECLI:NL:RBDHA:2024:5357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 12 april 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris had het verzoek afgewezen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat Polen zich niet houdt aan zijn verdragsverplichtingen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden. Hij vreesde onder meer pushbacks en onrechtmatige bewaring in Polen en een mogelijke uitzetting naar Tadzjikistan. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk risico loopt bij overdracht aan Polen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht werd toegepast.
Daarnaast voerde eiser aan dat hij vanwege een recente oogoperatie niet overgedragen mocht worden, en dat de staatssecretaris de aanvraag onverplicht aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor deze stellingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de staatssecretaris. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.