Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] (V-nummer: [V-nummer]), eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Ad-Hoc Query on NON EMN AHQ on Turkish Asylum Seekers”. Hieruit blijkt dat Koerden en HDP-leden in Duitsland niet als risicogroep worden gekwalificeerd en geen individuele beoordeling van hun asielaanvraag krijgen. In Nederland wordt deze groep wel aangemerkt als risicogroep. Uit de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat de vreemdeling die behoort tot een risicogroep en wanneer er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, de vreemdeling met geringe indicaties aannemelijk kan maken dat zijn problemen verband houden met een van de vervolgingsgronden die leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. In Duitsland krijgt eiser dus geen internationale bescherming, terwijl hij dat in Nederland in beginsel wel krijgt. Hiermee heeft eiser inzichtelijk gemaakt dat er vanwege het verschil in beschermingsbeleid, sprake is van een fundamentele systeemfout die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt in de zin van het Jawo-arrest. Van eiser kan verder niet worden gevraagd om in zijn eigen asielprocedure in Duitsland rechtsmiddelen aan te wenden en hij heeft geen rechterlijke uitspraak omdat hem geen rechtsbijstand werd aangeboden en hij zelf geen procedure aanhangig kon maken. Daarnaast is het beleid van Duitsland evident anders nu er veel minder aanvragen worden ingewilligd. Niet in geschil is dat eisers asielaanvraag in Duitsland inhoudelijk is beoordeeld en dat aan hem een terugkeerbesluit is opgelegd. Dit betekent dat (indirect) refoulement bij terugkeer naar Duitsland evident is. Verder heeft verweerder ten onrechte gesteld dat uit eisers verklaringen niet is gebleken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 EU Pro-Handvest en dat hieruit tevens niet is gebleken dat Duitsland zich niet houdt aan zijn internationale verplichtingen. Eiser verwijst naar het aanmeldgehoor en de correcties en aanvullingen hetgeen volgens hem doordrenkt is met mensenrechtenschendingen. Eiser is van mening dat verweerder aanleiding had moeten zien om de behandeling van zijn asielaanvraag aan zich te trekken met toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Beslissing
mr.M.M.M.F. Roijen, griffier.