ECLI:NL:RBDHA:2024:5412
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit Eritrese vluchteling
Eiser, een Eritrese nationaliteithebbende, heeft op 1 september 2021 in Nederland asiel aangevraagd met het argument dat hij op jonge leeftijd vanwege dienstplicht in Eritrea met zijn ouders naar Soedan is gevlucht. Hij overlegt een kopie van een geboorteakte en UNHCR-registraties, maar deze documenten vertonen discrepanties in geboortedatum en -plaats en zijn niet uitgegeven door bevoegde autoriteiten.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt wie hij is, mede omdat de geboortedata en geboorteplaatsen op de documenten niet overeenkomen met zijn verklaringen, en hij geen correcties heeft aangebracht. Daarnaast zijn de UNHCR-registraties niet overtuigend en ontbreken bewijsstukken die aantonen dat de overgelegde identiteitskaarten daadwerkelijk van zijn ouders zijn.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De rechtbank volgt dit oordeel en laat een inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas, waaronder de dienstplicht, achterwege omdat deze alleen relevant is indien de identiteit en herkomst zijn vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S. Constant op 10 april 2024 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.