Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Ghanese nationaliteit, werd op 29 maart 2024 opgehouden door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser voerde aan dat hij op een onjuiste grondslag was opgehouden omdat zijn nationaliteit niet onmiddellijk kon worden vastgesteld en hij slechts een kopie van zijn paspoort had.
De rechtbank stelde vast dat eiser was overgenomen na een strafrechtelijke heenzending, waardoor de verbalisanten zijn identiteit voldoende konden aannemen. Omdat eiser in het bezit was van een kopie van zijn paspoort en eerdere verblijfsprocedures bekend waren, was het onderzoek naar zijn verblijfsrechtelijke positie gerechtvaardigd.
De rechtbank oordeelde dat de ophouding terecht was op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Ook was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.