ECLI:NL:RBDHA:2024:5444

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 april 2024
Publicatiedatum
16 april 2024
Zaaknummer
NL24.3823
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag ingewilligd ondanks betwisting geboortedatum, beroep ongegrond verklaard

Eiseres, afkomstig uit Eritrea, diende op 11 mei 2023 een asielaanvraag in met een opgegeven geboortedatum. Verweerder verleende de verblijfsvergunning, maar met een andere geboortedatum dan door eiseres betwist. Eiseres stelde dat zij in 2007 geboren is, terwijl verweerder uitgaat van 2005.

De rechtbank oordeelde dat eiseres wel procesbelang heeft omdat het juiste vaststellen van de geboortedatum gevolgen heeft voor haar verblijfsstatus en begeleiding. Verweerder baseerde zich op de datum die eiseres zelf bij de aanvraag had opgegeven en concludeerde dat de lat voor de verklaringen van eiseres niet te hoog was gelegd.

De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende onderbouwing leverde voor haar betwisting en dat verweerder terecht geen aanvullend onderzoek zoals botonderzoek heeft verricht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

De uitspraak benadrukt het belang van eenduidige en onderbouwde verklaringen bij asielprocedures en bevestigt dat een verblijfsvergunning alleen rechtsgeldig is indien deze op juiste personalia is gebaseerd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot het verlenen van de verblijfsvergunning met de betwiste geboortedatum wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.3823

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en

verweerder van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Hartog).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 24 januari 2024 (het bestreden besluit) op haar asielaanvraag. Eiseres stelt de Eritrese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] . Zij heeft op 11 mei 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit deze aanvraag ingewilligd, zij het met de geboortedatum [geboortedatum 2] .
2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3. De rechtbank heeft het beroep op 28 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder en tolk A. Solomon deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit. Dit doet zij aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
5. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is er procesbelang?
6. Verweerder heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat eiseres geen procesbelang heeft bij de behandeling van het beroep, omdat ten aanzien van eiseres niet een meer gunstigere beslissing kon worden genomen. Eiseres was minderjarig ten tijde van de asielaanvraag, ongeacht of nu wordt uitgegaan van het geboortejaar 2005 of 2007. Eiseres heeft daarom ook geen procesbelang wegens een gunstigere positie voor een nareisprocedure. Verder leidt ook de stelling van eiseres dat zij zich niet bij de Brp [1] kan inschrijven volgens verweerder niet tot procesbelang.
7. Eiseres heeft aangevoerd dat zij wel procesbelang heeft. Indien wordt uitgegaan van de geboortedatum [geboortedatum 2] zal eiseres niet langer worden begeleid door Nidos. Dit wordt wel in haar belang geacht.
8. De rechtbank is van oordeel dat eiseres procesbelang heeft. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 september 2003 volgt namelijk dat een betrokken vreemdeling alleen daadwerkelijk over een verblijfsvergunning beschikt, indien deze is verleend op basis van de juiste personalia. [2] Nu eiseres de geboortedatum betwist, heeft zij dan ook procesbelang. Het beroep is ontvankelijk.
Mocht verweerder uitgaan van de geboortedatum [geboortedatum 2] ?
9. In het verweerschrift heeft verweerder toegelicht waarom wordt uitgegaan van de geboortedatum [geboortedatum 2] . Verweerder heeft overwogen dat eiseres bij het indienen van haar asielaanvraag bij de AVIM [3] zelf de geboortedatum [geboortedatum 2] heeft opgegeven. Pas later heeft zij verklaard dat zij op [geboortedatum] zou zijn geboren. Na confrontatie met deze tegenstrijdige verklaring, heeft eiseres nogmaals verklaard in 2005 te zijn geboren. Er is geen sprake van een verschoonbare reden voor deze wisselende verklaringen. De stelling dat eiseres in 2007 zou zijn geboren, heeft eiseres niet onderbouwd en strookt ook niet met haar overige verklaringen.
10. Eiseres voert aan dat zij consistent heeft verklaard dat zij in 2007 is geboren. Bij aankomst bij de AVIM was eiseres onder de indruk van het personeel in uniform en heeft zij het voor haar ingevulde formulier voor het indienen van de asielaanvraag, met daarop de geboortedatum [geboortedatum 2] , ondertekend. Verweerder heeft de lat voor de verklaringen van eiseres te hoog gelegd.
11. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte is uitgegaan van de geboortedatum [geboortedatum 2] . Verweerder heeft terecht overwogen dat eiseres deze datum zelf heeft opgegeven bij haar aanvraag. Dat eiseres onder de indruk was van de AVIM en dat hierdoor een onjuiste geboortedatum is geregistreerd bij de asielaanvraag heeft verweerder niet hoeven volgen. Bovendien strookt de geboortedatum [geboortedatum 2] met de verklaringen van eiseres over haar leeftijd bij vertrek uit Eritrea. Verweerder heeft van eiseres mogen verwachten dat zij eenduidig verklaart over haar geboortedatum. In het advies van Medifirst staat weliswaar dat eiseres stelt moeite te hebben met het herinneren van exacte data omtrent haar asielrelaas, maar dit betekent niet dat eiseres niet juist en eenduidig kon verklaren over haar geboortedatum. Verweerder heeft de lat voor de verklaringen van eiseres dan ook niet te hoog gelegd. Verder heeft verweerder terecht overwogen dat eiseres de gestelde geboortedatum van [geboortedatum] niet met documenten heeft onderbouwd, terwijl ze heeft verklaard dat zij in Eritrea wel beschikt over een schoolpas en zij nog in contact staat met haar in Eritrea verblijvende moeder. Verweerder heeft tot slot ook geen botonderzoek hoeven laten verrichten, nu het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of een vreemdeling minderjarig is bij binnenkomst en dit in het geval van eiseres niet in geschil was.
Conclusie
12. Het beroep is ongegrond.
13. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Basisregistratie personen.
3.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.