ECLI:NL:RBDHA:2024:5453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kosten bestuursdwang en bewaring beschermde vogels na afstandsverklaring
Op 30 juni 2020 constateerde een inspecteur dat eiser 55 beschermde vogels onrechtmatig in bezit had, waarna bestuursdwang werd toegepast en de vogels in bewaring werden genomen. Eiser deed op 3 juli 2020 afstand van de vogels, maar verweerder bracht de kosten van opvang, verzorging en bewaring in rekening bij eiser. Eiser betwistte deze kosten en stelde onder meer dat hij zelf als bewaarder had kunnen optreden en dat de kosten na zijn afstandsverklaring niet voor zijn rekening mochten komen.
De rechtbank overweegt dat de afstandsverklaring niet betekent dat kosten die na die datum redelijkerwijs zijn gemaakt, niet bij eiser in rekening kunnen worden gebracht. Verweerder heeft bovendien de mogelijkheid tot verwantschapsonderzoek onderzocht, waardoor de vogels langer in bewaring moesten blijven. De rechtbank vindt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de vogels pas op 17 augustus 2020 konden worden vrijgegeven en dat de kosten over de periode tot die datum en van 1 oktober tot 4 november 2020 terecht bij eiser zijn gebracht.
Eisers stelling dat hij zelf als bewaarder had moeten worden aangesteld, wordt verworpen omdat bestuursdwang terecht is toegepast en het risico bestond dat de vogels anders zouden verdwijnen. Ook is het niet nodig eiser te informeren over de plaats waar de vogels zijn ondergebracht vanwege privacyoverwegingen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de kosten zijn terecht bij eiser in rekening gebracht.