ECLI:NL:RBDHA:2024:5454
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invordering kosten bestuursdwang voor onrechtmatig gehouden beschermde vogels
Eiser hield 137 beschermde vogels onrechtmatig in bezit, waarop bestuursdwang werd toegepast en de vogels in bewaring genomen. Verweerder bracht kosten voor opvang en verzorging in rekening bij eiser. Eiser maakte bezwaar tegen deze kosten, onder meer omdat hij afstand had gedaan van de vogels en verzocht om een DNA-verwantschapsonderzoek.
De rechtbank oordeelt dat afstand doen van de vogels niet betekent dat kosten die daarna redelijkerwijs zijn gemaakt niet bij eiser in rekening mogen worden gebracht. De kosten voor de periode dat het verwantschapsonderzoek werd onderzocht, zijn ook terecht aan eiser toegerekend. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom de vogels pas na een langere periode konden worden vrijgegeven.
Eisers stelling dat hij zelf als bewaarder had moeten worden aangesteld, wordt verworpen omdat bestuursdwang terecht is toegepast en het risico bestond dat de vogels anders zouden verdwijnen. Ook is het belang van privacy van derden die de vogels ontvingen zwaarder dan het belang van eiser om te weten waar de vogels zijn geplaatst.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het invorderingsbesluit van bestuursdwangkosten wordt ongegrond verklaard.