ECLI:NL:RBDHA:2024:5468
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verzoek overbrenging op grond van Tolkenregeling
Eiser heeft verzocht om overbrenging naar Nederland op grond van de Tolkenregeling vanwege zijn werkzaamheden als bewaker voor de Nederlandse strijdmacht in Afghanistan tussen 2008 en 2010. Verweerder heeft dit verzoek op 6 juli 2023 afgewezen omdat eiser niet aan de voorwaarden van de regeling voldoet.
Eiser stelde dat de afwijzing een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is en dat hij zich daarom tot de bestuursrechter kan wenden. Verweerder betoogde dat de reactie op het verzoek geen besluit is en dat het beroep derhalve niet-ontvankelijk is.
De rechtbank overweegt dat de hoogste bestuursrechter op 10 april 2024 heeft geoordeeld dat de afwijzing van een verzoek op grond van de Tolkenregeling wel een besluit is in de zin van de Awb. Het besluit van 6 juli 2023 is een primair besluit waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt. De brief van 25 april 2023 van eiser kan niet als bezwaarschrift worden aangemerkt. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank zal het beroepschrift doorzenden naar verweerder om als bezwaarschrift te worden behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers en griffier M. de Graaf op 16 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift wordt doorgezonden als bezwaarschrift.