ECLI:NL:RBDHA:2024:5526
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingebrekestelling
Eiser diende op 23 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris stelde eiser op 16 december 2022 op de hoogte dat hij in de nationale procedure was opgenomen, waarmee Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag. De wettelijke beslistermijn van zes maanden startte daarmee op 16 december 2022 en zou aanvankelijk verstrijken op 16 juni 2023.
De staatssecretaris verlengde de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen, zoals toegestaan onder artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin deze verlenging werd bevestigd als rechtsgeldig.
Eiser stelde de staatssecretaris bij brief van 22 december 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen, maar deze ingebrekestelling was prematuur omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.