ECLI:NL:RBDHA:2024:5529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, een Algerijnse staatsburger, diende op 8 augustus 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde dat hij vreest voor represailles van de broers van een vriend vanwege een niet-betaalde schadevergoeding aan een auto en dat hij in Algerije onterecht werd gedetineerd en mishandeld door de Gendarmerie. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs voor een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk problemen ondervindt met de broers van de vriend, mede vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van ondersteunende documenten. Daarnaast waren er tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over de reden van zijn detentie, welke niet overtuigend werden toegelicht in de correcties en aanvullingen. Verweerder hoefde deze correcties niet te betrekken bij de beoordeling.
Verder concludeerde de rechtbank dat de Algerijnse autoriteiten in beginsel bescherming kunnen bieden, zoals blijkt uit de aangifte van eisers broer en de daaropvolgende politie-inmenging. De situatie in Algerije werd niet als zodanig beoordeeld dat er een reëel risico op ernstige schade bestaat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade bij terugkeer.