ECLI:NL:RBDHA:2024:5565
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing familieconflict en bedreigingen
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht op 6 december 2023 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij baseerde zijn aanvraag op bedreigingen door familieleden, met name zijn oudste oom en diens kinderen, die voortvloeiden uit een familieconflict over een erfenis.
De staatssecretaris wees de aanvraag op 1 maart 2024 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas omtrent het familieconflict en de bedreigingen. Eiser stelde dat hij gedetailleerd had verklaard en bezig was met het verkrijgen van documenten ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het tweede element van het relaas niet geloofwaardig achtte, mede omdat eiser geen documenten overlegd had en onvoldoende had toegelicht hoe het conflict escaleerde. De enkele stelling van eiser volstond niet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter C.W. Griffioen en griffier J.R. Froma op 17 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van het familieconflict en de bedreigingen.