Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Moldavische nationaliteit dragende vreemdeling, stelde beroep in tegen een terugkeerbesluit met inreisverbod en een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank constateerde dat het terugkeerbesluit van 30 maart 2024 onverplicht en ten overvloede was genomen, omdat een eerder terugkeerbesluit van 17 januari 2024 al rechtsgeldig was en eiser het EU-grondgebied niet had verlaten.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het terugkeerbesluit. Het beroep tegen het inreisverbod werd ongegrond verklaard omdat de motivering van de staatssecretaris voldoende was en geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die het inreisverbod onrechtmatig maakten.
Ten aanzien van de maatregel van bewaring oordeelde de rechtbank dat de aanhouding rechtmatig was op grond van een strafrechtelijke verdenking en dat de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep tegen deze maatregel werd daarom eveneens ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen het inreisverbod en de maatregel van bewaring ongegrond en verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het terugkeerbesluit.