ECLI:NL:RBDHA:2024:5602

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 april 2024
Publicatiedatum
18 april 2024
Zaaknummer
C/09/659545 / FA RK 24-137
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opname vaststellingsovereenkomst bij internationale kinderontvoering

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot opname van een vaststellingsovereenkomst (spiegelovereenkomst) in een beschikking betreffende internationale kinderontvoering. Eerder, op 7 maart 2024, had de rechtbank het verzoek tot teruggeleiding van de kinderen naar Denemarken toegewezen en de moeder veroordeeld tot vergoeding van reis- en verblijfskosten.

Partijen werden uitgenodigd om binnen drie weken na de beschikking van 7 maart 2024 de vaststellingsovereenkomst in te brengen. De rechtbank ontving echter geen spiegelovereenkomst van partijen. Tevens bleek dat een van de partijen in hoger beroep was gegaan tegen de eerdere beslissing.

Gezien het hoger beroep en het ontbreken van de overeenkomst, handhaafde de rechtbank haar eerdere overwegingen en besloot zij het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst af te wijzen. Deze beslissing werd genomen tijdens een openbare terechtzitting op 12 april 2024.

Uitkomst: Het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het hoger beroep tegen de eerdere beschikking.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-137
Zaaknummer: C/09/659545
Datum beschikking: 12 april 2024

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 8 januari 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende te [woonplaats 1] , Denemarken,
advocaat: mr. L. Stam te ’s-Hertogenbosch.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda.

Procedure

Bij beschikking van 7 maart 2024 van deze rechtbank is het verzoek tot teruggeleiding van de kinderen naar Denemarken toegewezen. Daarnaast is de moeder veroordeeld tot betaling aan de vader van de door hem gemaakte reis- en verblijfskosten in verband met de achterhouding en teruggeleiding. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld binnen drie weken na de beschikkingsdatum de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst (spiegelovereenkomst) in het geding te brengen. Iedere beslissing ten aanzien van het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking is aangehouden in afwachting van bericht van partijen.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Aan de orde is thans alleen nog het verzoek van de ouders tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking en de proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft van partijen geen spiegelovereenkomst ontvangen. Gebleken is dat (een van) partijen in hoger beroep is/zijn gegaan tegen de beslissing van deze rechtbank van 7 maart 2024. De rechtbank zal daarom, zoals ook met partijen is besproken op de zitting van 22 februari 2024 en vermeld in de beschikking van 7 maart 2024, het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, A.M. van der Vliet, T.M. Coppes, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2024.