ECLI:NL:RBDHA:2024:5604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Staatssecretaris in proceskosten wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
De verzoeker is op 5 oktober 2023 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure heeft de Staatssecretaris alsnog op 22 januari 2024 een besluit genomen. Hierop heeft de verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van de verweerder in de proceskosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Staatssecretaris door het alsnog nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan de verzoeker. Desondanks veroordeelt de rechtbank de Staatssecretaris in de proceskosten die de verzoeker heeft gemaakt, omdat het beroep licht van gewicht was en alleen betrekking had op de overschrijding van de beslistermijn.
De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij één punt wordt toegekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 875,- en een wegingsfactor van 0,5. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.D. Bijlhout en is openbaar bekendgemaakt op 26 februari 2024.
Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan de verzoeker.