Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Russische nationaliteit, werd op 27 november 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd op 1 december 2023 opgeheven, waarna eiser beroep instelde tegen de rechtmatigheid van de bewaring en tevens een verzoek om schadevergoeding indiende.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. De staatssecretaris motiveerde de bewaring met het bestaan van zware gronden, waaronder het illegaal reizen vanuit Estland en het niet meewerken aan een overdracht naar Estland. De rechtbank achtte deze gronden feitelijk juist en voldoende onderbouwd, en verwierp het verweer van eiser dat hij de overdracht niet had gefrustreerd vanwege gezondheidsklachten.
Eiser stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat hij zich aan de meldplicht hield en contact had met een hulporganisatie. De rechtbank oordeelde echter dat het significante risico op ontduiking en het niet meewerken aan overdracht een zwaarder middel rechtvaardigden. Ook het feit dat de bewaring werd opgeheven na zijn uitzetting leidde niet tot onrechtmatigheid.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring te allen tijde rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.