ECLI:NL:RBDHA:2024:5634
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar verblijfsvergunning zelfstandige
Eiser diende op 21 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel arbeid als zelfstandige. De staatssecretaris nam de aanvraag bij besluit van 2 juni 2022 niet in behandeling. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit op 21 juni 2022, waarna de staatssecretaris het bezwaar bij besluit van 2 augustus 2022 niet-ontvankelijk verklaarde.
Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting en overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld wordt met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
Gezien het feit dat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in het beroep onder zaaknummer AWB 22/5280, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.