ECLI:NL:RBDHA:2024:5640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet in behandeling nemen verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen bij besluit van 30 juni 2022. Verzoeker maakte hiertegen bezwaar en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Na een beslissing op bezwaar op 24 augustus 2022, stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het bezwaar reeds was afgehandeld en niet meer aanhangig was, kon het verzoek om voorlopige voorziening niet worden toegewezen. De rechtbank had reeds uitspraak gedaan in de beroepszaak, waardoor het verzoek als kennelijk ongegrond werd afgewezen.
De voorzieningenrechter hoefde het verzoek niet inhoudelijk te beoordelen en verweerder werd niet veroordeeld tot betaling van proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 10 april 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar reeds is afgehandeld en niet meer aanhangig is.