ECLI:NL:RBDHA:2024:5648
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens geldige beslistermijnverlenging
Eiser heeft op 1 juni 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 1 december 2023 eindigen. Eiser stelde de staatssecretaris op 13 december 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde vervolgens op 3 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank overweegt dat de beslistermijn op grond van het WBV 2023/3 met negen maanden is verlengd vanwege de grote instroom van asielaanvragen, een situatie die eerder door deze rechtbank is bevestigd in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:RBDHA:2024:5087).
Hierdoor was de ingebrekestelling van 13 december 2023 prematuur en voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.