ECLI:NL:RBDHA:2024:5654
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiseres diende op 27 juni 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 27 december 2023 eindigen. De staatssecretaris stelde de beslistermijn echter rechtsgeldig met negen maanden verlengd op grond van de inwerkingtreding van het WBV 2023/3, vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen.
Eiseres stelde de staatssecretaris bij brief van 29 december 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 14 januari 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank overwoog dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en dat het beroep daarom niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 18 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.