ECLI:NL:RBDHA:2024:5678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Rva-verstrekkingen ondanks medische situatie zonder acute noodsituatie
Eiser, een Ghanese vreemdeling met medische problemen zoals hoge bloeddruk, suikerziekte en een mogelijke neurologische aandoening, maakte bezwaar tegen het besluit van het COa om zijn Rva-verstrekkingen per 6 maart 2024 te beëindigen. Eiser had eerder uitstel van vertrek gekregen vanwege zijn medische toestand, maar dit uitstel werd later geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet slaagt omdat de bevoegdheid van verweerder gebonden is en beëindiging van verstrekkingen verplicht is volgens artikel 7 van Pro de Rva. Een uitzondering kan bestaan bij een acute medische noodsituatie, maar de rechtbank stelde vast dat de medische situatie van eiser niet voldoet aan de criteria van een acute noodsituatie zoals beschreven in een eerdere Afdelingsuitspraak.
Hoewel eiser serieuze medische problemen heeft, is niet aannemelijk dat het uitblijven van onmiddellijke behandeling zal leiden tot overlijden, invaliditeit of ernstige geestelijke of lichamelijke schade. Het verzoek om meer tijd voor aanvullend medisch onderzoek valt buiten de reikwijdte van deze procedure. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van Rva-verstrekkingen wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een acute medische noodsituatie.