ECLI:NL:RBDHA:2024:5761
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eisers, Syrische nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en Nederland verzoeken tot terugname had gedaan die door Frankrijk waren aanvaard.
De rechtbank behandelde het beroep op 5 maart 2024 en vroeg zich ambtshalve af of eisers nog procesbelang hadden, mede vanwege een brief van de staatssecretaris waarin werd gemeld dat eiseres met onbekende bestemming was vertrokken. De staatssecretaris gaf aan niet op de hoogte te zijn van de verblijfplaats van eisers en hun minderjarige kinderen, en ook de gemachtigde van eisers onderhield geen contact meer.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat vreemdelingen die met onbekende bestemming zijn vertrokken en geen contact onderhouden met hun gemachtigde geen prijs meer stellen op de bescherming in Nederland. De rechtbank concludeerde daarom dat eisers geen rechtens te beschermen belang meer hebben bij hun beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft de zaak niet inhoudelijk beoordeeld en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.