Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, heeft op 16 januari 2024 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Nederland deed een verzoek tot terugname bij Duitsland, dat dit verzoek accepteerde.
Eiser stelde dat hij onterecht niet in Nederland werd gehoord over de wijziging van de verantwoordelijke lidstaat van Zwitserland naar Duitsland en dat hij in Duitsland niet de kans kreeg zijn asielaanvraag inhoudelijk toe te lichten. Tevens uitte hij zorgen over mogelijke uitzetting naar zijn land van herkomst en betoogde dat Nederland zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening in behandeling moest nemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld door eiser tijdig te informeren en gelegenheid te geven te reageren op het gewijzigde standpunt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Duitsland niet verantwoordelijk zou zijn. De vrees voor uitzetting vanuit Duitsland kon niet leiden tot het in behandeling nemen van de aanvraag in Nederland. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.