ECLI:NL:RBDHA:2024:5830
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, laatstelijk werkzaam als agrarisch medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan per 16 juni 2022. Het UWV weigerde deze omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit. Eiseres stelde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende waren en dat de geduide functies ongeschikt waren. Ze overlegde verklaringen van haar psycholoog en podotherapeut ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat het UWV op zorgvuldige en begrijpelijke wijze de beperkingen had vastgesteld, waarbij ook de aanvullende medische informatie was meegewogen. De verzekeringsarts b&b had de beperkingen uitvoerig toegelicht en de arbeidsdeskundige had functies geduid die medisch passend waren. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over onvoldoende beperkingen en ongeschikte functies, onder meer omdat de medische rapporten en de FML de belastbaarheid adequaat weerspiegelen.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% had gesteld en dat de weigering van de WIA-uitkering op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering is ongegrond verklaard.