ECLI:NL:RBDHA:2024:5844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 22 december 2023 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 9 augustus 2022. Inmiddels had de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 14 maart 2024 de aanvraag ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat de beslistermijn van zes maanden op grond van artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 pas op 10 november 2023 is gaan lopen, toen Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling van de asielaanvraag. De beslistermijn was bovendien verlengd tot negen maanden, waardoor deze pas op 10 februari 2025 zou eindigen. Het beroep was daarom prematuur en niet-ontvankelijk.
Omdat geen ontvankelijk beroep was ingesteld, is er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het beroep prematuur en niet-ontvankelijk was.