ECLI:NL:RBDHA:2024:5864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Korting op AOW-pensioen wegens onverzekerde jaren en schuldige nalatigheid bevestigd
Eiser betwist de korting van 8% op zijn AOW-pensioen vanwege onverzekerde jaren en schuldige nalatigheid. Hij stelt dat hij sinds 1974 in Nederland verblijft en niet kan bewijzen dat hij vóór 21 februari 1975 niet verzekerd was. Ook voert hij aan dat hij in de jaren 2006, 2008 en 2009 geen inkomsten kon genereren vanwege een bijstandsuitkering, en dat verweerder geen bewijsstukken heeft overgelegd.
Verweerder stelt dat eiser pas sinds 21 februari 1975 in Nederland staat ingeschreven en dat de korting terecht is gebaseerd op gemeentelijke gegevens. De schuldige nalatigheid over de jaren 2006, 2008 en 2009 is in eerdere besluiten vastgesteld en staat in rechte vast, aangezien eiser hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank oordeelt dat eiser het bewijs van verblijf en werk vóór 1975 niet heeft geleverd en dat de eerdere besluiten over schuldige nalatigheid rechtsgeldig zijn.
De rechtbank wijst de stelling van eiser dat sprake is van staatsroverij af, omdat het besluit hier niet op ziet. Tevens merkt de rechtbank op dat de korting wegens schuldige nalatigheid per 1 januari 2024 is vervallen door wetswijziging, waardoor deze korting slechts gold voor de periode van 15 april 2023 tot 1 januari 2024.
Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de korting op het AOW-pensioen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de korting van 8% op het AOW-pensioen.