ECLI:NL:RBDHA:2024:5905

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2024
Publicatiedatum
23 april 2024
Zaaknummer
NL23.40622
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 VwArt. 3 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing uitstel vertrek op medische gronden

Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, vroeg op 18 juli 2022 uitstel van vertrek op medische gronden vanwege psychische problemen. Dit verzoek werd afgewezen bij een besluit van 24 november 2022, waarna het bezwaar op 16 januari 2023 kennelijk ongegrond werd verklaard. Dit bezwaarbesluit werd op 9 maart 2023 ingetrokken. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris op 8 december 2023 het bezwaar opnieuw ongegrond.

De rechtbank behandelde het beroep op 20 maart 2024. Uit een advies van het Bureau Medische Advisering van 4 juli 2023 bleek dat terugkeer naar Afghanistan geen acute medische noodsituatie zou veroorzaken, en dat er geen risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat eiser niet zal worden uitgezet vanwege een eerder besluit van 24 april 2023, waardoor eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.40622

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. Sojo en mr. S.J.R.R. Brock).

Procesverloop

Eiser heeft op 18 juli 2022 een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op medische gronden, [1] vanwege zijn psychische problemen. Deze aanvraag is afgewezen bij besluit van 24 november 2022 (het primaire besluit).
Bij besluit van 16 januari 2023 is het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Dit besluit is op 9 maart 2023 ingetrokken.
Met het besluit van 8 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag voor uitstel van vertrek op medische gronden, ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Momand als tolk en mr. S.J.R.R. Brock als gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Afghaanse nationaliteit.
2. Verweerder heeft het bezwaar tegen het primaire besluit afgewezen, omdat uit een BMA [2] -advies van 4 juli 2023 is gebleken dat bij terugkeer naar Afghanistan geen (acute) medische noodsituatie zal ontstaan en eiser dus geen risico loopt op schending van artikel 3 van Pro het EVRM [3] vanwege zijn medische problemen.
3. Eiser voert hiertegen aan dat hij wel spoedig zal overlijden bij terugkeer, wanneer psychische en medische zorg in Afghanistan ontbreekt. Daarnaast wordt aangenomen dat er in het geval van eiser sprake is van een schending van artikel 3 van Pro het EVRM bij terugkeer en wordt eiser niet uitgezet. Daarom moet artikel 64 van Pro de Vw worden toegepast.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser niet zal worden uitgezet vanwege een risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM, gelet op een eerder genomen aanvullend besluit van verweerder op 24 april 2023. Eiser heeft dus geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van de afwijzing van de aanvraag voor uitstel van vertrek op medische gronden.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Bureau Medische Advisering.
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.