ECLI:NL:RBDHA:2024:5910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen kennelijk ongegrondverklaring tweede asielaanvraag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een tweede opvolgende asielaanvraag van verzoeker kennelijk ongegrond verklaard in een besluit van 18 januari 2024. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag in een gerelateerde zaak (nummer NL24.2704) reeds op het beroep heeft beslist, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.J. Schouw en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.