Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een civiele hoofdzaak. Dit verzoek kwam nadat de kantonrechter al een einduitspraak in die hoofdzaak had gedaan.
De wrakingskamer heeft beoordeeld dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de rechterlijke onpartijdigheid is geschaad. Dit veronderstelt bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren.
Omdat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat de einduitspraak is gedaan, is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het feit dat verzoeker op grond van artikelen 31 en 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering om herstel van kennelijke fouten en/of aanvulling van het vonnis heeft verzocht, verandert hier niets aan.
Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek is niet gehouden omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde is. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat de einduitspraak in de hoofdzaak reeds is gedaan.