ECLI:NL:RBDHA:2024:5932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiseres diende op 7 maart 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde zij de staatssecretaris in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het eerste beroep gegrond en gaf de staatssecretaris een termijn van acht weken om alsnog te beslissen. Toen ook binnen deze termijn geen besluit volgde, stelde eiseres opnieuw beroep in.
De staatssecretaris diende geen verweerschrift in, waardoor de rechtbank zonder zitting uitspraak kon doen. Op grond van vaste jurisprudentie is bij een opvolgend beroep geen nieuwe ingebrekestelling vereist. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris nog steeds niet heeft beslist.
De rechtbank legt de staatssecretaris op binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom van € 200 per dag vertraging tot een maximum van € 15.000. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en een dwangsom te betalen bij overschrijding.