ECLI:NL:RBDHA:2024:5940
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Eritrese nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag bij besluit van 28 maart 2024 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 18 april 2024 samen met een gerelateerde zaak (NL24.14594). Verzoeker was verhinderd om te verschijnen, terwijl de gemachtigde van de verweerder aanwezig was. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. D.M. Schuiling en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen.