ECLI:NL:RBDHA:2024:5941
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
De wrakingskamer van de rechtbank Den Haag heeft op 23 april 2024 het wrakingsverzoek van verzoeker tegen rechter M.D. Gunster beoordeeld. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen zou zijn vanwege het afwijzen van verzoeken om een zitting in beeld en geluid op te nemen en om er een regiezitting van te maken, alsmede diverse andere omstandigheden en vermeende belangenverstrengeling.
De kamer overwoog dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, waarbij het uitgangspunt is dat rechters onpartijdig zijn. Beslissingen over procedurele verzoeken, zoals het niet toestaan van beeldopnames, kunnen op zichzelf nooit grond voor wraking vormen. De motivering van deze beslissingen was niet zodanig dat deze als blijk van vooringenomenheid kon worden gezien.
Verder ontbraken concrete feiten die de vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen. De wrakingskamer besloot daarom het verzoek af te wijzen en het proces in de hoofdzaak voort te zetten zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling werd niet nodig geacht. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter M.D. Gunster wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.