Eiser, militair bij de Marine, liep op 12 juli 2022 een ernstig ongeval op tijdens een parachutesprong bij een burgerbedrijf. Verweerder, de staatssecretaris van Defensie, wees het ongeval af als dienstongeval of bedrijfsongeval omdat het plaatsvond buiten de uitoefening van militaire dienst en zonder dienstbevel.
Eiser betoogde dat de opleiding parachutespringen wel degelijk binnen het kader van de militaire dienst viel, mede omdat het werd gefaciliteerd door Defensie via verlof, dienstvervoer en legering, en dat het dienstbelang diende door het bevorderen van fysieke en psychische capaciteiten. De rechtbank oordeelde echter dat deze faciliteiten niet leiden tot een dienstongeval omdat deelname vrijwillig was en het een persoonlijke ontwikkeling betrof.
Ook het argument dat het ongeval onder bijzondere omstandigheden plaatsvond en dat Defensie onvoldoende veiligheidsmaatregelen controleerde, werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat het ongeval niet tijdens de uitvoering van opgedragen werkzaamheden plaatsvond en daarom niet als bedrijfsongeval kan worden aangemerkt.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor hij geen vergoeding van proceskosten ontvangt en het griffierecht niet wordt teruggegeven.