ECLI:NL:RBDHA:2024:5952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen aanvraag machtiging verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 14 september 2022, waarna verweerder de beslistermijn verlengde met drie maanden, waardoor uiterlijk 14 maart 2023 een besluit genomen had moeten zijn. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna eiser verweerder op 23 maart 2023 rechtsgeldig in gebreke stelde en op 2 mei 2023 beroep instelde.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gelet op de complexiteit van nareisaanvragen bij asielvergunninghouders acht de rechtbank een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend en legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels € 1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd en legt een dwangsom van € 100 per dag op voor overschrijding van de nieuwe termijn, met een maximum van € 7.500. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van € 437,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 23 april 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.