AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd voor jonge minderjarige
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om het ouderlijk gezag van de moeder over haar jonge kind te beëindigen en de gecertificeerde instelling als voogd te benoemen. De moeder is onbedoeld zwanger geraakt, heeft geen relatie met de vader die in Bulgarije woont, en heeft na pogingen erkend niet in staat te zijn voor het kind te zorgen.
De minderjarige verblijft inmiddels bij aspirant adoptiefouders. De moeder kiest bewust voor adoptie en wil geen pleegzorg vanwege haar onzekere verblijf in Nederland. De rechtbank hield een zitting waarbij de moeder niet verscheen, maar haar standpunt uit stukken bleek.
Op grond van artikel 1:266 BWPro oordeelde de rechtbank dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding kan dragen, waardoor het gezag wordt beëindigd. De gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd om de belangen van de minderjarige te behartigen en de adoptieprocedure te begeleiden.
De rechtbank benadrukte dat de moeder altijd moeder blijft en dat contact tussen haar en het kind wordt gestimuleerd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het gezagsregister.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de moeder wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/662833 / FA RK 24-1788
Datum beschikking: 10 april 2024
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd
in de zaak naar aanleiding van het op 8 maart 2024 ingekomen verzoek van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Rotterdam,
hierna: de raad.
betreffende:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
domicilie kiezende bij Stichting [naam stichting] te [plaatsnaam 1] ,
advocaat: mr. J. Grabowsky gevestigd te ‘s-Gravenhage
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
1.Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen;
een update over [minderjarige] van de aspirant adoptiefouders van 15 maart 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2024. Daarbij waren aanwezig:
[naam 1] namens de Raad;
[naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
de advocaat van de moeder.
De moeder, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is niet ter zitting verschenen. De Raad geeft ter zitting aan dat zij een bericht hebben ontvangen van [naam stichting] waarin de moeder laat weten niet te zullen verschijnen.
2.De feiten
2.1.
De moeder is niet en nooit gehuwd geweest.
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] verblijft bij de aspirant adoptiefouders.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 26 juli 2023 de gecertificeerde instelling belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] tot 18 augustus 2023.
3.Het verzoek
3.1.
De Raad verzoek het gezag van de moeder over [minderjarige] te beëindigen en de gecertificeerde instelling te benoemen tot voogdes over [minderjarige] .
3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De moeder is onbedoeld zwanger geraakt van [minderjarige] en heeft geen relatie met de vader van [minderjarige] . Hij woont in Bulgarije met zijn gezin en staat achter de keuze van de moeder om afstand ter adoptie te doen. Na de geboorte heeft de moeder bij [naam stichting] aangegeven dat zij toch wilde proberen om de zorg voor [minderjarige] te dragen. De moeder wilde op zoek gaan naar een geschikte woonruimte en eventueel opvang voor [minderjarige] . Helaas lukte het de moeder niet om dit te bewerkstelligen. Na een aantal maanden en gesprekken met [naam stichting] heeft de moeder besloten dat zij niet zelf voor [minderjarige] kan zorgen en dat het in zijn belang is dat hij in een adoptiefgezin zal opgroeien. Zij kiest bewust niet voor pleegzorg, omdat ze niet weet hoelang zij nog in Nederland zal verblijven en omdat zij een moederrol langs de zijlijn kan goed aankan. Zij wil vastigheid en stabiliteit voor [minderjarige] . De moeder is actief betrokken geweest bij de keuze van het adoptiefgezin. Hoewel ieder kind recht heeft om bij zijn of haar eigen ouders op te groeien, lijkt [minderjarige] hier geen aanspraak op te kunnen maken, gezien de volhardende afstandswens van zijn biologische moeder. [minderjarige] is een jonge baby die een stabiele opvoedomgeving nodig heeft waarbinnen hij zich kan hechten en kan ontwikkelen. De verwachting is gerechtvaardigd dat de moeder niet in staat is om op een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te kunnen dragen. De voogdij over [minderjarige] kan het beste belegd worden bij de gecertificeerde instelling. De jeugdbeschermer kan als voogd van [minderjarige] opkomen voor zijn belangen, begeleiding bieden om een goede en gezonde ingroei bij het aspirante adoptiefgezin te garanderen, de contacten met de moeder begeleiden en een adoptieverzoek in de toekomst op een goede wijze begeleiden.
4.De standpunten
4.1.
De advocaat geeft tijdens de zitting aan dat zij geen contact heeft gehad met de moeder en geen standpunt heeft vernomen van de moeder. Uit de stukken blijkt echter duidelijk wat het standpunt van de moeder is.
4.2.
De gecertificeerde instelling geeft aan dat het goed gaat met [minderjarige] bij de aspirant adoptiefouders. De moeder wordt regelmatig geïnformeerd met foto’s over hoe het gaat met [minderjarige] . Het is van belang dat na de adoptie de moeder nog op de hoogte wordt gehouden over hoe het gaat met [minderjarige] . De aspirant adoptiefouders staan hier ook voor open en dit is ook van belang voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] .
5.De beoordeling
5.1.
De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 1:266, eerste lid, onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) het gezag van een ouder kan beëindigen, indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn.
De rechtbank is van oordeel dat aan dit criterium is voldaan. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de moeder niet in staat is om de opvoeding en verzorging van [minderjarige] op zich te nemen en [minderjarige] ter adoptie wil afstaan. De moeder is ongepland zwanger geworden van een getrouwde Bulgaarse man en heeft beperkte financiële middelen en een heel klein netwerk in Nederland. De moeder heeft onderzocht welke mogelijkheden zij heeft om zelf voor [minderjarige] te zorgen en geconcludeerd dat die er niet zijn. Uit de stukken blijkt dat de moeder zorgvuldig heeft nagedacht over haar beslissing en hier niet op is teruggekomen. De rechtbank zal het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder toewijzen. Daarbij benadrukt de rechtbank dat de moeder altijd de moeder zal blijven. De rechtbank acht het in dat verband positief en in het belang van [minderjarige] dat de aspirant adoptief ouders open staan voor het onderhouden van een contact tussen de moeder en [minderjarige] .
Aangezien de beëindiging van het gezag van de ouders ertoe zal leiden dat een gezagsvoorziening over [minderjarige] komt te ontbreken, dient de rechtbank op grond van artikel 1:275, eerste lid, BW een voogd over haar te benoemen. De gecertificeerde instelling heeft zich bereid verklaard de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden. De rechtbank zal conform het verzoek de gecertificeerde instelling met de voogdij belasten.
Beslissing
De kinderrechter:
beëindigt het ouderlijk gezag van:
- [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1996 te [plaatsnaam 2] (Bulgarije),
over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats]
benoemt tot voogdes over voormelde minderjarige:
- Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
gelast de griffie deze beslissing te laten aantekenen in het gezagsregister;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
De beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2024 door mr. O.F. Bouwman, kinderrechter, bijgestaan door mr. B. Boogaarts als griffier.
De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 22 april 2024.