AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing vordering tot herstel vormverzuim bij onrechtmatige inbeslagneming telefoon
In deze strafzaak vordert de officier van justitie dat de rechter-commissaris het herstel van een vormverzuim beveelt door zelf de telefoon in beslag te nemen, nadat deze onrechtmatig was ingenomen door de politie bij een aanhouding op 25 maart 2024.
De rechter-commissaris overweegt dat het openen van een lade, waar de telefoon lag, verder ging dan de verleende machtiging en derhalve een onrechtmatige inbeslagneming opleverde. Artikel 110 SvPro bepaalt dat een doorzoeking en inbeslagneming van gegevensdragers een bevoegdheid van de rechter-commissaris is, en deze was niet geraadpleegd.
De rechter-commissaris stelt dat artikel 199 SvPro niet bedoeld is om een onrechtmatige inbeslagneming alsnog rechtmatig te maken. Het vormverzuim kan alleen worden hersteld door de teruggave van de telefoon aan de verdachte. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt de onmiddellijke teruggave van de telefoon bevolen.
Uitkomst: De vordering tot herstel van het vormverzuim wordt afgewezen en de telefoon wordt onverwijld teruggegeven.
Uitspraak
Rechtbank Den Haag
rechter-commissaris in strafzaken
zittingsplaats 's-Gravenhage
parketnummer : 09.027237.24
datum : 18 april 2024
Beslissing op een vordering tot inbeslagneming
(artikel 104 junctoPro 199 van het Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[naam 1]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
Procedure
De officier van justitie heeft op 16 april 2024 schriftelijk gevorderd ( bijlage) dat de rechter-commissaris zal overgaan tot inbeslagneming van een Samsung Galaxy telefoon (goednummer 3115718)(hierna: de telefoon).
Beoordeling
De rechter-commissaris overweegt als volgt.
Uit het dossier (p. 126, 130) blijkt het volgende. Verbalisant [naam 2] was als groepslid van de Ondersteuningsgroep van de politie Eenheid Den Haag betrokken bij de aanhouding buiten heterdaad van de verdachte op 25 maart 2024 op verdenking van een aantal zedendelicten. Daarvoor was door de hulpofficier van justitie een machtiging tot binnentreden van de woning uitgeschreven, inclusief een machtiging voor de inbeslagneming van telefoons en andere gegevensdragers. In de slaapkamer van de verdachte lag een oplader zonder telefoon aan de netstroom. De verdachte gaf te kennen geen telefoon in zijn bezit te hebben. Daarop heeft de verbalisant een lade van een kast, die iets open stond, opengetrokken. Daarin zag hij een telefoon liggen. Die telefoon is in beslag genomen.
Het opentrekken van een lade is een handeling die verder reikt dan de afgegeven machtiging van de hulpofficier van justitie en past bij een doorzoeking. Het doorzoeken van een woning ter inbeslagneming is op grond van artikel 110 SvPro, een belangrijk strafvorderlijk voorschrift, een bevoegdheid van de rechter-commissaris. Er is echter geen contact geweest met de rechter-commissaris, ook niet nadat er in het zicht kennelijk geen telefoon was aangetroffen. Daarom is, zoals de officier van justitie in de vordering terecht als uitgangspunt heeft genomen, het opentrekken van de lade onrechtmatig geweest en is de telefoon vervolgens onrechtmatig in beslag genomen. Dat levert een vormverzuim in het opsporingsonderzoek op.
De vordering houdt in dat de rechter-commissaris het herstel van het verzuim beveelt door de telefoon in beslag te nemen op grond van artikel 104 SvPro. Inbeslagneming door de rechter-commissaris op grond van artikel 104 SvPro is echter niet aan de orde, omdat de telefoon al strafvorderlijk in beslag is genomen, zij het onrechtmatig. Artikel 199 SvPro is niet bedoeld om aan een onrechtmatige inbeslagneming een rechtmatig karakter te verlenen. Het belang van het onderzoek, om te verifiëren of te falsificeren of de verdachte zijn (strafbare) handelen heeft voortgezet na de inbeslagneming van zijn telefoon op 19 januari 2024 en andere gegevensdragers op 29 januari 2024, maakt dit niet anders.
Het vormverzuim, waarvan de rechter-commissaris door de onderhavige vordering op de hoogte is geraakt, kan alleen worden hersteld door teruggave van de telefoon aan degene bij wie deze in beslag is genomen. Daarom zal de vordering worden afgewezen en zal de rechter-commissaris ambtshalve, op grond van artikel 199 SvPro, de onverwijlde teruggave van de telefoon bevelen.
Beslissing
De rechter-commissaris:
wijst de vordering af;
beveelt dat de telefoon onverwijld zal worden teruggegeven aan degene bij wie deze in beslag is genomen.
Deze beslissing is op 18 april 2024 genomen door mr. M.L. Ruiter, rechter-commissaris.
De officier van justitie kan, nu de vordering is afgewezen, binnen veertien dagen bij de rechtbank in hoger beroep gaan.