Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], eiseres
[naam kind 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis, ingediend door haar referent op 9 juni 2023. Verweerder bevestigde ontvangst maar nam geen besluit binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd tot uiterlijk 12 december 2023. Eiseres stelde verweerder op 13 december 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 2 januari 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden. Op grond van artikel 8:55d Awb legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is langer dan de standaard twee weken vanwege de bijzondere omstandigheden bij nareisaanvragen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding van de opgelegde termijn. Tevens is vastgesteld dat verweerder reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd. De proceskosten van €437,50 worden eveneens aan eiseres toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp te Middelburg op 18 april 2024.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen en veroordeeld tot betaling van bestuurlijke dwangsommen en proceskosten.