Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft op 4 oktober 2021 een asielaanvraag ingediend waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. Verzoeker stelde op 1 mei 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde een beslistermijn van zestien weken op met een dwangsom.
Verweerder heeft niet binnen deze termijn besloten, waarna verzoeker op 5 januari 2024 opnieuw beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. Kort daarna heeft verweerder de asielaanvraag alsnog ingewilligd. Verzoeker trok het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op de beroepsmatige rechtsbijstand voor het indienen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt toegewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten.