ECLI:NL:RBDHA:2024:6067
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiser diende op 30 april 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden een besluit nemen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote toestroom van aanvragen. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn met negen maanden via het WBV 2023/3.
Eiser stelde de staatssecretaris op 6 november 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 22 november 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en de oorspronkelijke termijn op 30 oktober 2023 zou eindigen.
Omdat het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.