ECLI:NL:RBDHA:2024:6137

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2024
Publicatiedatum
24 april 2024
Zaaknummer
NL23.26675
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 1:3 AwbArt. 8:1 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens ontbreken besluit bij beroep

Verzoekster diende op 1 september 2023 een verzoek om voorlopige voorziening en een beroep in tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Vervolgens trok zij het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg een proceskostenvergoeding.

De rechtbank overweegt dat op het moment van het indienen van het beroep nog geen besluit van verweerder was genomen, waardoor er geen sprake was van een besluit waartegen beroep kon worden ingesteld. Hierdoor is het beroep niet terecht ingesteld.

Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan verzoekster en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Partijen werden niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat bij het indienen van het beroep nog geen besluit was genomen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.26675
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verzoekster heeft op 1 september 2023 een verzoek om een voorlopige voorziening (zaaknummer NL23.26676) ingediend en beroep (zaaknummer NL23.26675) ingesteld. Zij heeft het beroep en het verzoek om de voorlopige voorziening nadien ingetrokken een vraagt nu om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verweerder heeft laten weten hiertoe geen aanleiding te zien.

Overwegingen

Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
Voor de vraag of verweerder de proceskosten van verzoekster moet betalen, is van belang of zij het beroep terecht heeft ingesteld. Dat is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
3. Op het moment dat eiseres haar beroep en verzoek heeft ingediend, had verweerder (nog) geen besluit genomen. Dit betekent er geen sprake was van een besluit waartegen op dat moment beroep kon worden ingesteld.2
4. Eén en ander leidt ertoe dat er voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding is.
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 1:3 en Pro artikel 8:1 van Pro de Awb.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 februari 2024

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.